submenu

Adela en Helena ontvluchtten 95 jaar geleden hun thuisland - 18/09/2017

Hoop, verdriet en heimwee

Buiten is de zomer ver te zoeken, maar binnen in het Fakkeltheater is de ruimte gevuld met een brandend verlangen. Chris Lomme, Katelijne Verbeke en Simone Milsdochter delen een kracht en gretigheid die niet moet onderdoen voor die van Adela en Helena.

Vanwaar komt het verhaal van deze voorstelling?

Simone: ‘Ze is er gekomen op basis van een ontmoeting tussen twee grote mannen: muziekuitgevers Hans Kusters en Jean Kluger. Ze kenden elkaar en toch ook niet. Tot Jean op een dag tegen Hans zei dat hij toch wel een echte Hollander was. Waarop Hans antwoordde: je moest eens weten. Hij vertelde Jean over de odyssee van zijn Russische moeder naar Nederland, waarop die over de omzwervingen van zijn Poolse moeder naar België vertelde. Dat leidde tot urenlange interviews tussen beide mannen over het leven van twee vrouwen die elkaar nooit hadden ontmoet.’ Katelijne: ‘Het respect van die mannen voor hun moeders ontroerde me. Zowel de moeders als de zonen komen van ver. De moeders waren een tijd staatloos. Dat bestaat vandaag niet meer. De zonen wilden hun moeders postuum samen-brengen op het toneel. Die ontroering en het verhaal van de moeders waren voor mij de reden om erin te stappen.’

Wat is er bijzonder aan de manier waarop jullie het verhaal brengen?Simone: ‘Het is 95 jaar geleden dat Adela en Helena op de vlucht sloegen, maar het gebeurt nog altijd. Vandaag verhalen de kranten over dezelfde ingrijpende, kleinmenselijke geschiede-nissen. Het is een eeuw ver en tegelijk zo dichtbij.’

Chris: ‘De grootmoeder hebben we in de voorstelling gebracht omdat zij van tijd tot tijd een luchtige noot brengt en niettemin de intensiteit van wat deze vrouwen meemaakten in de verf zet.’ Katelijne: ‘We spelen niet letterlijk hun moeders. Elk leven is een boek, maar dat op zich is saai. Wij maken het boeiend.’

Hebben jullie een inbreng in het creatieproces?

Katelijne: ‘Absoluut. Wij hebben alle vrijheid om een vorm te vinden voor de inhoud.’

Simone: ‘Ignace Cornelissen is als regisseur de kapitein, maar wij hebben medezeggenschap op dit schip.’

Chris: ‘Wij zoeken mee. Maar Kris Van Steenberge schrijft in zo’n mooie taal dat het makkelijker is om beelden te zien.’ Simone: ‘Wij kunnen samen met de auteur boetseren aan het stuk. We hebben de vrijheid om hem te zeggen waar er nog blinde vlekken zitten.’

Is het het zoeken dat acteren zo mooi maakt?

Chris: ‘Acteren is talent, eenvoud, pretentieloosheid. De passie van het vak bestaat uit zoeken naar wat je in je hebt. Voortdurend. Ik doe dat nog altijd.’ Katelijne: ‘Daar teken ik voor. Het gaat erom je onzekerheden niet weg te moffelen.’

Waarom brengen jullie dit verhaal op de theaterplanken?

Simone: ‘Welke plek is daar beter voor geschikt? Theater brengt die vrouwen tot leven.’

Chris: ‘Ik wil dat het publiek de beleving voelt. De mensen moeten voelen dat het van ons is geworden.’

Katelijne: ‘We zijn geen activisten. We zijn vertellers. We brengen een stuk in de hoop dat mensen gaan nadenken. Het niet huilen is interessanter dan de traan. Je moet de emotie bij het publiek leggen.’

Simone: ‘Het is geen McDonald’s. Je weet op voorhand niet wat je zal krijgen. Voor theater heb je risicovreugde nodig. Soms spreekt het aan, soms niet. Maar dit is een fantastisch verhaal. Dat voel je gewoon.

Waarover gaat deze voorstelling volgens jullie?Simone: ‘Beoordeel nooit een paard op zijn zadel. Ik zie mededogen in deze voorstelling. Het gaat over iets wat we allen kennen: verdriet, hoop, heimwee. Eigenlijk kennen we elkaar allemaal in de onmacht en de onhandigheid van het leven, maar we praten niet met elkaar. Soms keuren we elkaar zelfs geen blik waardig.’

Katelijne: ‘Voor mij gaat het om tsjolen. Dat is West-Vlaams voor rondzwerven. De voorstelling behandelt een armoede en koude die wij nooit gekend hebben, ook al heeft iedereen wel eens pech in zijn leven.’

Simone: ‘En natuurlijk gaat het ook om de vrouwen, om hun kracht en hun trots.’

Katelijne: ‘Het zijn de vrouwen die het fort recht-houden.’

Hans Kusters, jij bent - naast producent - ook een van de zonen die het verhaal van zijn moeder postuum op de planken brengt. Wat drijft jou om dit te doen?

Hans: ‘Jean en ik vonden dat het verhaal van die twee vrouwen gewoon gebracht moest worden. Het stuk heeft een lange maakgeschiedenis gekend aangezien we de theatertekst eerst zelf schreven, maar die bleek niet goed genoeg. Toen haalden we Kris erbij.’

Was het niet moeilijk om het verhaal van je moeder uit handen te geven?

Hans: ‘Neen. Als iemand jouw verhaal aanpast, wordt er een afstand gecreëerd. Het is dan ook niet meer mijn moeder die daar op het toneel staat. Maar wel haar verhaal. Een verhaal doorspekt met emoties, waar ik als kind mee opgroeide en dat een stempel drukte zonder dat ik eronder leed.’

Wat is er zo bijzonder aan haar verhaal?

Hans: ‘Wat vluchtelingen vandaag meemaken is van eenzelfde emotionele intensiteit als wat onze moeders meemaakten toen ze alles achterlieten en vluchtten naar een land waar ze niets over wisten. De omgeving waarin ze terechtkwamen is vandaag nog altijd even vijandig voor vluchtelingen als toen. Alleen is door de communicatie vandaag de context anders. Vluchtelingen weten waar ze belanden. Dat wist mijn moeder niet. Maar er zijn veel gelijkenissen. We zijn nog steeds bang voor wat we niet kennen. Of voor wie we niet kennen.’

Wat hoop je met deze voorstelling te bereiken?Hans: ‘Door iets anders te zien, krijg je begrip. Je krijgt respect voor het gevoelsleven van mensen die op de vlucht zijn en hier bang arriveren. Voor mij gaat het in deze voorstelling om die drie vrouwen. Het gaat niet om de zonen. Dankzij de zonen is het enkel mogelijk geworden dat die vrouwen elkaar na al die jaren eindelijk ontmoeten.’

Tekst: Joke Beyl / Foto: Tine De Wilde
(uit: sjoenke, september ’17)

Bekijk ook