submenu

Interview: Tinne Moorkens en Leentje Blykers van de Giants - 08/02/2019

Een groot hart voor dans

Amper 20 jaar is ze, maar bij de Giants-dansschool danst Tinne Moorkens al jaren de pannen van het dak. Wat begon als een uitlaatklep om haar energie kwijt te raken, groeide uit tot een passie die haar al op heel wat binnen- en buitenlandse wedstrijdpodia bracht.

Samen met Leentje Blykers, de oprichtster van de Giants, praat Tinne honderduit over haar dansambities en haar leven in Linkebeek.

‘Ik heb altijd in Linkebeek gewoond en ben er ook naar school geweest’, steekt Tinne van wal. ‘Na schooltijd ging ik vaak te voet naar mijn mama, die in de Moelie werkt. Voor mij is dat een plaats waar ik iedereen ken en waar ik me echt thuis voel. Ook aan Chiro Sjoen heb ik goede herinneringen. Ik vond het altijd leuk om in het bos te kunnen ravotten.’

Toch bleek al snel dat dansen haar grote passie zou worden. ‘Ik dans al sinds mijn vijfde. Als ik mijn ouders mag geloven, kon ik als kind niet goed stilzitten. Daarom besloten ze mij in te schrijven in een dansschool. Ik vond die danslessen meteen heel leuk. Eerst danste ik bij Pirouette, waar ik dansdocente Leentje Blykers leerde kennen. Zij had er op dat moment een aantal wedstrijdgroepen onder haar hoede.’

Maar toen besloot Pirouette plots om met de wedstrijdgroepen te stoppen, omdat het competitieve aspect niet meer in de visie van de dansschool paste. ‘Ik vond het zonde van alle tijd die de dansers en de docenten al aan de wedstrijden hadden besteed’, vertelt Leentje. ‘Daarom besloot ik zelf door te gaan met de wedstrijdgroepen. In het begin was het helemaal niet de bedoeling om een volledige dansschool uit de grond te stampen. Maar zeven jaar  later zijn de Giants uitgegroeid tot een vereniging met 18 dansleerkrachten, 50 dansgroepen en een goeie 420 dansers.’

Ook de Giants hebben intussen de weg naar de Moelie gevonden. ‘In de zomer organiseren we er al vijf jaar op rij een dansstage’, vertelt Leentje. ‘Dat is vrij kleinschalig begonnen, maar inmiddels verwelkomen we toch 80 à 90 kinderen. Elke dag dansen ze twee uur in verschillende dansstijlen. Daarnaast is er tijd om te knutselen en te spelen.’

Blessure

Zelf danst Tinne in drie Giants-groepen: de jazz-elitewedstrijdgroep, ragga en contemporary jazz. Daarnaast geeft ze dansles aan twee jazzgroepen (de 11- tot 12-jarigen en de 15- tot 16-jarigen) en aan de 8-jarige hiphoppers. Even overwoog ze ook een carrière als professionele danseres. ‘Ik wou me inschrijven aan de Antwerpse balletschool, maar kreeg toen een blessure aan mijn heup. Bovendien vonden mijn ouders die dansopleiding geen goed idee, zij zagen me liever een ander diploma halen’, vertelt ze.

Tinne besloot de raad van haar ouders te volgen en studeert inmiddels voor kleuteronderwijzeres. Haar studie en bijbehorende stages blijft ze combineren met dansen en dansles geven bij de Giants. ‘Uiteindelijk denk ik dat dat de beste beslissing was, want het is moeilijk om het te maken in de professionele danswereld’, beseft ze. Dat beaamt ook Leentje: ‘Als je professionele danseres wil worden, moet je veel dingen opgeven. Heel je leven staat in het teken van dansen. Bovendien zijn er veel ballerina’s en niet zo veel dansgezelschappen. Het is vechten voor een plaatsje.’

Als we aan Leentje vragen wat Tinne zo’n goede danseres maakt, hoeft ze niet lang na te denken. ‘Tinne heeft van nature veel meegekregen. Ze heeft een aangeboren lenigheid en een mooie uitstraling op het podium. Bovendien was ze als kind enorm leergierig. Ik denk dat ze elke dag in onze danszaal stond. Als het kon soms zelfs twee keer per dag.’

Haar danstalent bracht Tinne al op heel wat wedstrijden in binnen- en buitenland. ‘Het afgelopen najaar mochten we met de jazz-elitegroep deelnemen aan een danswedstrijd in Parijs’, vertelt ze. ‘We waren daar zonder veel verwachtingen naartoe gegaan, maar behaalden er een mooie derde plaats. Die podiumplaats was meteen goed voor een rechtstreeks ticket naar een danswedstrijd in New York, waar we in april aan deelnemen. Voor alle dansers is het de eerste keer dat ze in New York zullen zijn. We blijven er een week en hebben dus ook wat tijd om de stad te verkennen. Bovendien mogen we er les gaan volgen in een plaatselijke dansschool’, aldus Tinne.

‘Ik ben supertrots op mijn jazz-elitegroep’, benadrukt Leentje. ‘De wedstrijd in Parijs maakte deel uit van het preprofessionele circuit, wat betekent dat de deelnemers meestal willen doorstromen naar professionele dansscholen. Dat onze Giants daar als niet-professionele dansers aanwezig zijn, een top 3-plaats behalen en naar New York doorstoten, is een straffe prestatie.’

Groepsgevoel

Een leven zonder dansen, is dat mogelijk? ‘Ik zou niet zonder kunnen’, zegt Tinne zonder aarzelen. ‘Na een goedgevuld dansseizoen is de zomervakantie altijd een welkome onderbreking. Maar een maand later begint het alweer te kriebelen, en moet ik echt bewegen. Ik vind het fijn om mijn emoties te kunnen uiten in een dans. Maar het allerleukste aan dansen is het feit dat het een groepssport is. Het plezier dat je beleeft door samen te dansen en het gevoel dat je krijgt als je met de groep een prijs wint, is niet te beschrijven. Ook als we in de coulissen staan vooraleer we het podium op moeten, zullen we elkaar altijd oppeppen en moed inspreken. Het doet me beseffen dat ik niet gemaakt ben om een individuele sport te beoefenen.’

Heeft Tinne na al die wedstrijden en prijzen nog brandende ambities op dansvlak? ‘Ik hoop dat ik het dansen altijd kan blijven combineren met lesgeven, want het geeft ook veel voldoening om die kleintjes iets te kunnen bijleren. Het maakt me trots als ik zie hoe ze gegroeid en geëvolueerd zijn’, besluit ze.

Tekst: Heidi Wauters
Foto: Tine De Wilde
Uit: Sjoenke februari

info: www.giantsdance.be